Marken

Onze Oudheidkundige Vereniging heet 'De Marke' en die naam is niet toevallig gekozen. Op het platteland waren marken vanaf circa 1200 tot rond 1860 belangrijke instellingen. Veel zaken binnen de plattelandseconomie hadden met de mark(e) te maken[1].

Vanaf de 11e eeuw kwam de veelal uit boeren bestaande bevolking op de Oost-Nederlandse zandgronden steeds meer voor grote problemen te staan, die alleen door nauw samen te werken konden worden aangepakt. De bevolking groeide, waardoor meer ruimte en vooral meer voedsel nodig was. Er waren perioden van langdurige droogte en daarbij putten de toenmalige landbouwmethoden de grond uit. Daardoor konden ook in onze omgeving uitgestrekte heidevelden en zandverstuivingen ontstaan.

               

Er viel niet te ontkomen aan duidelijke regels voor het gebruik van landbouwgrond van de dorpen en de woeste gronden daaromheen. Boeren en/of de eigenaren in een dorp vormden daarom 'marken': een duidelijk begrensd grondgebied waarbinnen onderlinge afspraken golden voor het grondgebruik. Hoewel marken in grote lijnen veel op elkaar leken, maakte elke mark zijn eigen regels en had die ook een eigen rechtspraak om die regels te handhaven. Vergaderingen van de mark vonden plaats in de kerk of in een herberg. Meestal werd de belangrijkste landeigenaar van het dorp gekozen als voorzitter. Zo'n 'markerichter' had veel invloed op alle zaken waarover de mark besliste. Hij leidde niet alleen de markevergaderingen, maar had ook het toezicht op alle zaken die onderling in het 'markeboek' waren vastgelegd. Bij overtredingen deelde hij een waarschuwing uit, maar bij herhaling kon dat ook een forse boete zijn.

Omdat marken waren gebonden aan een dorp of aan een of meer buurtschappen was het grondgebied van een mark naar onze maatstaven niet groot. Zo was het grondgebied van de huidige gemeente Brummen verdeeld over diverse marken. Er was de mark van Empe, de mark van Tonden, de mark van Voorstonden, de mark van Wapsum, de mark van Oeken, de mark van Rhienderen, de mark van Brummen (waaronder Cortenoever), de mark van Leuvenheim en de mark van Hall en Eerbeek (waaronder Coldenhove). De huidige gemeente Brummen is 83 km2 groot; gemiddeld was elke mark dus zo'n 9 km2 groot, al varieerde de grootte van de marken nogal.

Natuurlijk kenden ook de buurgemeenten van Brummen heel wat marken, eveneens sterk variërend in grootte[2]  zoals de Zilvense en Loenermark in Loenen en de Lierder- en Speldermark, de Engelander- en Bruggelermark en de Ugchelse mark in Beekbergen. Het Apeldoorns deel van Klarenbeek viel onder de Lierdermark en het Voorster gedeelte van Klarenbeek viel onder de Appense mark.

In de 19e eeuw kwam het landsbestuur steeds meer tot de overtuiging dat de marken in Oost-Nederland een moderne manier van landbouw bedrijven in de weg stonden. Onder druk van de regering - die toen grootschalige ontginningen van woeste gronden bevorderde - werden in de loop van de 19e eeuw langzamerhand alle marken opgeheven. De markegronden werden onderling verdeeld en/of verkocht.

  • auteur: Jan Coenraadts
  • mededelingenblad De Marke, oktober 2019

[1] De Canon van Brummen en Eerbeek, die eind 2019 is verschenen, bevat dan ook een hoofdstuk over de marken binnen de gemeente.

[2] De in deze gemeenten verschenen historische canons melden veelal wel iets over marken en ook op internet is interessante en nuttige informatie te vinden.