Dagexcursies, aankondiging en verslagen


 

Aankondiging

Voor 29 augustus 2020 was door de organisatoren een boeiende dagexcursie uitgestippeld op basis van een busreis naar Schoonhoven en ruimere omgeving. Dit jaar moest het evenement echter worden afgelast omdat het de gezondheid van de deelnemers in gevaar zou kunnen brengen door de coronapandemie. Volgend jaar hopen wij op betere tijden. 

 

Verslag van een dagexcursie "met verhalen" op 31 augustus 2019 


Verhalen in steen

Het is zaterdagmorgen 31 augustus 2019. De gids kijkt ons vragend aan. ,,Kent u Arent thoe Boecop?”

Een korte stilte. Hij vervolgt:,, Rentmeester Arent thoe Boecop was de grondlegger van de stad Elburg. Hij was de bedenker van het rechte stratenplan binnen een ommuurde vesting, ongeveer 250 bij 415 m groot, en projecteerde dat in 1392 op een bestaande route van Harderwijk naar Kampen. Elburg kreeg toen maar twee poorten, de Mheenpoort aan de oost- en de Goorpoort aan de westkant van het stadje. Arent thoe Boecop, u mag die naam - en de gids stak een vermanend vingertje omhoog en keek ons recht in de ogen - die naam mag u nooit vergeten!”

                    

Anekdotisch vertellend leidde hij een groepje leden van onze Oudheidkundige vereniging De Marke op de jaarlijkse excursiedag door en langs historisch interessante hoogtepunten van Elburg, steeds weer de naam van de oude rentmeester van hertog Willem van Gulik, herhalend. We luisterden in de koele kloostertuin, verbleven in een klein muurhuisje, wandelden langs de keitjesstoepen bij de Nicolaaskerk, en het weduwenhofje uit 1650. De gids: ,,Stelt u zich eens voor: vanwege ruimtegebrek hier twee ruziënde vrouwtjes op één kamertje, waarbij de een de ander treitert door een doek over haar klok te hangen en de ander als vergelding een lap over de spiegel van haar kamergenote gooit.” Waar gebeurd?

We liepen verder over de brede gerestaureerde, nu ronde brug, die eigenlijk vlak had moeten zijn zoals vroeger, toen daarop markt werd gehouden, we wandelden onder de Vischpoort door met het havenlicht en pauzeerden kort bij de haven. De bedrijvigheid daar van boten en toeristen in een stralende zon kwam plezierig over, net als de rust op de stadswal bij touwslagerij Deetman. Een Elburgse plukte daar wat takjes en vruchten van een enorme perenboom, om die, naar even later bleek op onze wandeling, te verwerken in een bloemstuk op de voordeur van haar huis. Het stukje wal was haar eigen achtertuin, vertelde ze, en met bloemen en planten opgesierde huizen en straten zijn aantrekkelijk voor bewoners én toeristen. Ze werkte graag mee aan dit visitekaartje van Elburg.

Iets verder in haar straat lag een tuin vol geurende kruiden. Een eyeopener: een kruidentuin naast een Gasthuis fungeerde vroeger als natuurlijke apotheek.

Een ander groepje Markeleden wandelde de route in een andere volgorde.
 

Verhalen in zand

Het bestuur van De Marke had gezorgd voor een alternatief ochtendprogramma. En bij de hereniging van de groepen voor de gezamenlijke lunch in restaurant De Haas in Elburg, bleek dat zij die naar de expositie ‘Zandverhalen in Elburg’ waren geweest óók een goed gekozen reisdoel hadden gehad.  

In grote hallen bij de haven waren verhalen uit de Bijbel vormgegeven in indrukwekkende zandsculpturen. Onder leiding van Aad Peters, die zichzelf artiest, tv-maker en poppenspeler noemt, waren deze door 35 kunstenaars opgebouwd uit meer dan 4000m3 zand uit het Markermeer. 

Ieder van de groep was onder de indruk van de expositie. Maar over Peters’ eigen uitleg van de Bijbelverhalen in de begeleidende teksten, was men minder unaniem: daarover ontstonden serieuze gesprekken met verschillende meningen.

Van de gidsen kregen we enkele tips om nog eens terug te komen naar Elburg: Museum Sjoel Elburg, het Nationaal Orgelmuseum, dat is ondergebracht in het veertiende-eeuwse stadspaleis, aanvankelijk bestemd voor Hertog Willem van Gulik, maar direct door hem doorgegeven aan Arnt thoe Boecop, vandaar de naam Arnt thoe Boecophuis, verder Smederijmuseum De Hoefhamer, de visafslag en het Bottermuseum.
 

Verhalen in verf

 

                               

Een goede lunch en de busrit over de dijk langs het Randmeer naar Harderwijk vormden de opmaat voor opnieuw een aantrekkelijk programmapunt: een bezoek aan het museum van Marius van Dokkum. Een bijzondere combinatie: in de eeuwenoude Snijcamer van de Universiteit van Harderwijk exposeert een Ugchelse kunstenaar uit deze tijd. Komisch, hilarisch, associatief, spiegelend, maatschappijkritisch: het zijn allemaal aspecten van het werk van Marius van Dokkum.

Bij toeval was hij zelf aanwezig, werkend aan een nieuwe en grotere versie van ‘Dames en Heren’ . Voor deze schildering had hij de Nachtwacht van Rembrandt als uitgangspunt genomen en daarom hangt dit werk nu in het Rijksmuseum in het kader van de tentoonstelling Lang Leve Rembrandt. Van Dokkum schilderde onze tijd als Centraal Station van Amsterdam, vol met wachtende mensen, ieder verdiept in zijn eigen mobieltje, afgesloten voor anderen. In zijn uitleg van de tweede versie-in-wording wees de innemende Van Dokkum ons enkele plaatsen aan waar en hoe hij associaties aanbracht met de Nachtwacht. De titel wil hij actueel houden: die zal niet meer zijn ‘Dames en Heren’ maar aansluiten bij zoals de NS nu op de stations omroept het genderneutrale ‘Beste reizigers’. Over een jaar hoopt hij het tweede doek klaar te hebben.

                         
               

Het museum was een groot succes. Mensen als toffe peren, de prentenboeken van rommelkont Opa Jan, ‘Meegaan met je tijd’ …. bijna ieder kwam met een lach om de mond naar buiten.

Nog een drankje op een terras, wat mijmeren in de Hortustuin met fladderende buxusmotten rond de Glycyrrhiza glabra ofwel Zoethoutplanten, en een terugrit tóch nog tussen heidevelden door vormden het besluit van deze veelzijdige excursiezaterdag.

Met nóg een naam om te onthouden: Marius van Dokkum.

  • verslag van: Corrie C. de Kool-Verhoog,  
  • mededelingenblad De Marke, oktober 2019

Verslag van dagexcursie op 31 augustus 2019, ditmaal door een verteller van Zandverhalen 

 Tijdens de jaarlijkse excursie van onze vereniging brachten we in de morgenuren van zaterdag 31 augustus een bezoek aan Elburg. Terwijl ongeveer de helft van ons gezelschap een wandeling door het stadje Elburg maakte (zie het verslag van Corrie de Kool), brachten de overige deelnemers een bezoek aan “Zandverhalen”, één van de grootste indoor-zandsculpturen-tentoonstellingen in de wereld.

Om deze zandverhalen te kunnen vertellen, gebruikte men 4000 m3 zand uit het Markermeer op een oppervlakte van meer dan 5000 m2 expositieruimte. Om de sculpturen te vervaardigen werd er gewerkt met de top van de zandkunstenaars uit de hele wereld. Deze groep artiesten bestaat uit zo’n 35 beeldhouwers. Zij komen voornamelijk uit Rusland. Ze hebben meer dan 25000 manuren aan deze beelden gewerkt.

                    

De expositie is zeer bijzonder, omdat nog nooit zand met bouwmaterialen, levende bomen en verhalen op zulk een niveau gecombineerd is. Bedenker, eigenaar en organisator van het project Zandverhalen is Aad Peters, artiest, tv-maker en poppenspeler. Loodsen vol materialen van over de hele wereld heeft hij aan deze tentoonstelling gespendeerd: stokoude deuren uit het verre Oosten, botters, massa’s olijfbomen van honderden jaren oud, smeedijzeren hekken met een adellijk verleden.

Peters heeft de hele wereld rondgereisd en daarbij smaak en liefde voor culturen ontwikkeld. Zelf zegt hij er over: “Ik werk niet zoals gebruikelijk. Meestal maak je een concept om vervolgens te kijken wat je daarvoor nodig hebt. Maar dat kost dan handen vol geld. Ik loop mijn hele leven al tegen dingen aan en verzamel dat. Ergens in mijn hoofd ontstaat dan het verhaal en kijk ik wat ik heb, wat daarbij past”.

                      

In drie grote hallen zijn de sculpturen opgesteld. In totaal 97 taferelen met (groepen) personen beelden de Bijbelse geschiedenis uit van het volk van Israël en het leven van Jezus Christus. Levensecht zijn de personen uitgebeeld en op een uiterst kunstzinnige wijze in taferelen weergegeven. Kunst in zand ten top.

  • verslag van: Jan Regelink,
  • mededelingenblad De Marke, oktober 2019