Oudheidkundige vereniging 'De Marke'

Doelstelling en activiteiten:

  • 'De Marke' heeft als centrale doelstelling:  Het bevorderen van kennis van- en belangstelling voor de historie en cultuur van onze dorpen en de bevolking.
  • Het houden van ca. 5 lezingen per jaar per toerbeurt in een van de dorpen. Er wordt geen entree geheven. De vereniging houdt 1 keer per jaar een ledenvergadering, doorgaans gecombineerd met een lezing of demonstratie.
  • Het organiseren in het voorjaar van een middagexcursie in de eigen streek.
  • Het houden van een boeiende dagexcursie in het najaar, per bus.
  • Viermaal per jaar (feb - juni - sept - dec) verschijnt het oudheidkundig mededelingenblad  'De Marke'  met gevarieerde artikelen, voornamelijk van de eigen leden.
  • Het in standhouden en uitbreiden van een eigen bibliotheek, ondergebracht bij het CODA te Apeldoorn. Regelmatig worden nieuwe boeken, voornamelijk van regionaal belang, aangeschaft. Leden kunnen de boeken gratis lenen.
  • Incidenteel uitgeven van een boek:
    • In 1980 is een boekje uitgegeven getiteld: 'Het Beekberger Woud, De geschiedenis van een verloren oerbos...' door H. van Lohuizen. Het omvat 88 blz.
    • In 2002 een jubileumboekje ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de vereniging met daarin een selectie van de beste artikelen uit 25 jaargangen 'De Marke'.
    • In 2007 werd het boek: 'Koninklijke Nederlandsche  Locaalspoorwegmaatschappij Willem III' Dieren – Apeldoorn, officieel gepresenteerd. ISBN: 978-90-812035-1-7
      Auteurs:  H.C. Hulleman, D.C.J. Ploos van Amstel, R.W.P. de Vries en J.K. van der Weel. Alle 4 zijn lid van onze vereniging. Lay-out: W.J. Reusink.
      Na vele jaren van onderzoek en studie is de geschiedenis van het nooit eerder beschreven traject Dieren – Apeldoorn vastgelegd. (Voor aanvullingen zie tabblad Aanvullingen spoorboek)
    • In 2010 is het boek ‘Veld– en boerderijnameninventarisatie in de Gemeente Brummen’ verschenen. De werkgroep heeft na bijna twintig jaar voorwerk het eindproduct afgerond. De beide werkgroepleden, Herman Blom en Arie van Bodegom hebben voornamelijk in stilte gewerkt. Het laatste jaar hebben ze echter steun en medewerking gekregen. In de eerste plaats van Stan Dekker, die enkele tips en aanvullingen kon geven. Willem Reusink mocht zich met de werkgroepresultaten bemoeien door de vormgeving voor zijn rekening te nemen.