Verslagen excursies

Middagexcursie op 11 juni 2016 naar Eibergen.

’t Vonder is het botenhuis van de Berkelzomp de Snippe. In dit botenhuis is een ontvangstruimte en een informatiecentrum met een permanente expositie over de Berkel. Na de koffie/thee met cake en een uitleg van één van de schippers gingen de deelnemers aan de excursie aan boord van de Snippe. Er wed deels gevaren over de oorspronkelijke Berkeltak en deels over de gekanaliseerde rivier. Bij de Mallumse Molen werd halt gehouden en konden we de werking van de Mallumse Molen bekijken.
              

             


Dagexcursie naar Kasteel Ammersoyen in Ammerzoden en Glasblazerij Leerdam op zaterdag 29 augustus 2015

De excursie van 2015 ging naar Ammerzoden en Leerdam. De touringcar vertrok uit Brummen en reed via de opstapplaatsen  Eerbeek, Loenen en Beekbergen naar Ammerzoden. Hier werd het rond 1300 gebouwde kasteel Ammersoyen bezocht, één der best bewaarde middeleeuwse burchten in Nederland. Na de ontvangst, met koffie en appelgebak, was er een rondleiding en werden o.a. de torenkamers, de ridderzaal en het vrouwenverblijf bekeken. De archeologische vondsten uit de gracht op de museumzolder gaven een goed beeld van de geschiedenis van Ammersoyen.

Daarna werd doorgereisd naar Asperen waar nabij KunstFort Asperen de koffietafel  (soldatenlunch) werd gebruikt.  “De Taveerne”  bij het fort is een heerlijke plek, op een van de meest pittoreske locaties aan de Linge. Vanaf het grote terras heeft u uitzicht op het mooie torenfort en de grachten.

De middag werd doorgebracht in Leerdam. Op eigen gelegenheid kon de stad Leerdam-  of het Nationaal Glasmuseum bezocht worden. Bij de Glasblazerij kon, vanaf de tribune, een demonstratie glasblazen mee worden gemaakt. Zand, kalk en soda smelten in de oven samen tot een hete glasmassa.

Middagexcursie op zaterdag 6 juni 2015 naar Airborne Museum “Hartenstein” te Oosterbeek.

In aansluiting op de lezing van 12 maart door de heer Wybo Boersma over de “Slag om Arnhem” een bezoek aan het Airborne Museum, waarvan hij directeur was.
Maak kennis met dit unieke museum en ervaar dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is.
Kom en beleef de Slag om Arnhem in dit aantrekkelijke en eigentijdse museum.
In de Airborne Experience ga je in de voetsporen van Britse parachutisten op weg naar Arnhem in
september 1944 en ontmoet je juichende burgers die al vier lange jaren gebukt gingen onder
Duitse overheersing. Maar de brug bij Arnhem blijkt “Een brug te ver”.

Het museum is gehuisvest in de imposante 19e eeuwse villa Hartenstein. Tijdens de Slag om
Arnhem was dit het hoofdkwartier van de Britten. Op deze historische plek komen verhalen tot
leven van zowel de Britse, Poolse en Duitse militairen, als die van burgers die doodsangst
doorstonden. Het museum toont een grote collectie authentieke wapens, documenten, films en foto’s.
In de met prijzen bekroonde Airborne Experience waan je je letterlijk midden in de strijd.
In deze ondergrondse ruimte ervaar je op indringende wijze het verloop van de Slag om Arnhem.


Dagexcursie op 30 augustus 2014 naar Mander, Ootmarsum en Bad Bentheim.

De najaarsexcursie van De Marke ging dit jaar naar Mander, Ootmarsum en Bad Bentheim.
In Mander werd bij de schitterend gelegen watermolen “Bels”, krentenwegge en koffie/thee geserveerd.
In het molengedeelte is door de stichting  “De Overijsselse Molen” een informatiecentrum ingericht over de verschillende molentypen in Overijssel. In Mander kregen de deelnemers een plattegrond van het centrum van Ootmarsum met o.a. het schoolmuseum en restaurant ’t Pläske.

In Ootmarsum werd het schoolmuseum bezocht. Voor die tijd was er gelegenheid om het stadje te bezichtigen of om een bezoek te brengen aan de “Simon en Judaskerk”, museum Ton Schulten, galerie Ton Schulten of een kijkje nemen op de kunstmarkt.
De koffietafel werd genuttigd bij restaurant ‘t Pläske op het Kerkplein van Ootmarsum.

Daarna vertrok het gezelschap naar Bad Bentheim voor een bezoek aan de Burcht. De Burcht staat op de top van de Bentheimer bergketen op een hoogte van 92 meter boven NAP en wordt in 1020 voor het eerst genoemd.

Na het bezoek was er nog tijd voor een wandeling in het Schloszpark of voor een terrasbezoek.


Middagexcursie op 7 juni 2014 naar Huis Bergh.

In aansluiting op de lezing van de heer G. van Heek uit Velp over “Huis Bergh en familie Van Heek” volgde op 7 juni de middagexcursie naar “Huis Bergh”.

In 1912 kocht Jan Van Heek, textielfabrikant uit Enschede en de vader van de heer G. van Heek, het middeleeuwse kasteel “Huis Bergh” met een grondbezit van 1400 hectare. Verkoper was de vorst van Hohenzollern-Sigmaringen. De bouwgeschiedenis van dit middeleeuwse kasteel, omgeven door een gracht en half omsloten door een oude vestingwal gaat terug tot de 13e eeuw.

Bewoners en eigenaren.
Het kasteel was het stamslot van de machtige heren en graven Van den Bergh, die een belangrijke rol speelden in  de Tachtigjarige Oorlog. In de 18e eeuw ging het bezit van het slot over naar het Huis von Hohenzollern-Sigmaringen, een adellijke familie uit Zuid-Duitsland.
Dr. Jan Herman van Heek, die het kasteel in 1912 verwierf, was gefascineerd door de middeleeuwen.
Dat inspireerde hem tot het verzamelen van middeleeuwse kunst en gaf diepgang aan zijn belangstelling voor de geschiedenis. Kasteel, landerijen en kunstverzameling heeft hij aan de gemeenschap nagelaten.
In zijn verzameling bevinden zich indrukwekkende kunstwerken: vroeg Italiaanse schilderijen, middeleeuwse handschriften en belangrijke werken uit de Duitse kunst van de 16e eeuw.

Kunst en geschiedenis.
Prof.dr. Henk van Os, voormalig directeur van het Rijksmuseum, heeft als adviseur van Huis Bergh de kunstverzameling een nieuwe samenhang gegeven, gebaseerd op de droom van de middeleeuwen van Jan Herman van Heek. In de grote hal hangen schilderijen van de vroegere bewoners. De 15e- en 16e-eeuwse portrettengalerij, die voor Nederland uniek is, laat het ontstaan van het portret zien.
De troonzaal is gewijd aan Noord-Europese kunst met werken uit de omgeving van Jeroen Bosch en Lucas Cranach. Van Heek bracht een bijzondere verzameling Italiaanse schilderijen bijeen. Er zijn middeleeuwse boeken met prachtige miniaturen en schitterend penwerk.

Dagexcursie op 31 augustus 2013 naar Dordrecht en de Brabantse Biesbosch

Een najaarsexcursie met cultuur en natuur. We vertrokken om 8.25 uur per touringcar uit Brummen en reden via de opstapplaatsen  Eerbeek, Loenen en Beekbergen naar Dordrecht. Bij aankomst in Dordrecht kregen we in restaurant  “Het Veerhuis” - een monumentaal pand op het knooppunt van drie rivieren - koffie/thee met appelgebak geserveerd.
 
Vanaf hier vertrokken we met gidsen voor een stadswandeling van ruim anderhalf uur door de historische binnenstad van Dordrecht. We kwamen o.a. langs Het Hof, de Grote Kerk en de Groothoofdspoort.
Dordrecht kreeg in 1220 stadsrechten van Graaf Willem I en heeft ruim 900 rijksmonumenten en eeuwenoude grachten. Na de wandeling keerden we terug naar restaurant “Het Veerhuis” voor de lunch.
 
Om 14.00 uur vertrokken we naar het Nationale Park “De Biesbosch”. Het park is 8000 hectare groot en bestaat uit de Hollandse-, Dordtse- en Brabantse- Biesbosch. Wij gingen in het Brabantse dorp Drimmelen aan boord voor een vaartocht van twee uur. Tijdens de vaart vertelde de schipper het een en ander over hetgeen we onderweg zagen. Na terugkomst vertrokken we om 17.15 uur huiswaarts en waren tussen 18.30 en 19.00 uur terug bij de verschillende opstappunten.

Ons lid Bert Visser heeft een fraaie fotoreportage gemaakt van de excursie. Deze kunt u via deze link via internet bekijken: 130831 dordrecht+biesbosch
 

Middagexcursie op 8 juni 2013 naar museum “De Lebbenbrugge” in Borculo.

Zoals gebruikelijk bij excursies van "De Marke": het was weer mooi weer!       

De deelnemers aan de excursie kregen een rondleiding door het museum, ook werd de film “het jaar rond met rogge” vertoond. Het weekend van 8/9 juni stond in het teken van textiel, er werd geweven op een oude weefstoel uit 1687; verder waren er demonstraties van wol spinnen, knipmutsen maken, sokken breien, kantklossen, quilten en andere vormen van huisvlijt. 

In 1931 lukte het de Meester H.W. Heuvelstichting deze bijzondere oude Saksische boerderij aan te kopen. De boerderij, eens een jachthuis van de Heren van Borculo, was tevens herberg, tolhuis en zelfs korte tijd een postkantoor. Het gebouw is geen zuiver type van het Neder-Saksische boerenhuis, maar heeft een tweeledig karakter. Het achterhuis, de deel, duidt op een “löss hoes”, een huis waarin mens en dier in één ruimte samen leven, terwijl het daarvoor gebouwde dwarshuis een zuiver middeleeuwse bouwstijl heeft, die vroeger zelden op het platteland werd aangetroffen.

Het achterhuis is rond 1400 gebouwd, het voorhuis dateert van rond 1550. Het bijzondere aan het voorhuis is dat het is opgetrokken uit kloostermoppen met kruisramen uit zandsteen en glas-in-lood ramen.
De “Hessen”, Duitse voerlui in blauwe kielen, vervoerden langs deze weg hun koopwaar, vaak aardewerken potten uit onder andere Stadtlohn en wipten dikwijls de herberg binnen. Het recht om tol te heffen op de inmiddels druk bereden Hessenweg, werd in 1679 door de Staten van Gelderland verleend en tot begin 1900 werd tol geheven. De tolboom is nog aanwezig en de toltarieven zijn nog te lezen op een origineel tolbord.

Het museum heeft diverse vertrekken, die zijn ingericht naar de stijl van begin 1900, terwijl de opkamer nog kenmerken draagt van de voormalige herberg die volgens de overleveringen ook onderdak verschafte aan Prins Frederik Hendrik tijdens het beleg van Grol.
De deel met lemen dorsvloer, heeft aan de zijkanten diverse stallen, waaronder een potstal. Ook staan op de deel diverse kleine werktuigen en apparaten. In de weefkamer staat het weefgetouw uit 1687.

Op het erf staan onder andere een fraaie bakoven, twee kapbergen, een hondenkarn en een rosmolen.

Meer foto's van de excursie dubbelklik op: 130608 lebbenbrugge

Website Lebbenbrugge: http://www.lebbenbrugge.nl/

Dagexcursie op 25 augustus 2012 naar Veenhuizen en Vledder.

Om 8.00 uur pikte de bus van Gebo Tours in Brummen de eerste deelnemers op van de 46 om vervolgens via de opstapplaatsen Eerbeek, Loenen, Beekbergen af te reizen naar Drenthe.
Dit jaar stond ‘de gevangenis’ op het programma. En dat was niet als straf bedoeld…  We reden langs toeristische wegen en trekvaarten naar het Gevangenismuseum in Veenhuizen.  Dit museum laat het verleden en heden zien van straf en rechtspraak in Nederland.
 
De oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid, Johannes van den Bosch, liet in 1823 te Veenhuizen drie dwanggestichten bouwen voor bedelaars en landlopers. Het Tweede Gesticht, nu het Gevangenismuseum, is het enige gebouw dat zijn oorspronkelijke karakter heeft behouden.
Bij aankomst ca. 10.30 uur in het museumrestaurant dronken we koffie met ‘maxi-gebak’. Na afloop werden we meegenomen door 2 rondleidsters die ons deskundige uitleg gaven bij de diverse afdelingen in het museum. De rondleiding duurde 1½ uur maar boeide tot het laatst.
Misdaad en straf zijn van alle tijden, maar de manier waarop we straffen is door de eeuwen heen sterk veranderd. In het Gevangenismuseum ontdekten we welke straffen in de verschillende perioden in zwang waren en hoe een strafinrichting er vroeger uitzag.
Hierna nuttigden we in het restaurant het lunchbuffet met alles d’r op en d’r an.
Om 14.00 uur kwam de buschauffeur ons ophalen voor vertrek naar Vledder. Daar arriveerden we om 14.45 uur bij het Museum voor Valse Kunst, gevestigd in het prachtige voormalige gemeentehuis van Vledder. We werden op ludieke wijze ontvangen door de eigenaresse/medeoprichtster van het museum: Erna  Plenter-Jansen. Samen met haar inmiddels overleden echtgenoot Henk verzamelde ze kunst als hobby. Zo kochten ze ooit een Matisse aan, met echtheidscertificaat, dat achteraf toch vals bleek te zijn. Daarmee is bij hen het idee geboren om een museum voor valse kunst op te richten. Er is heel veel vervalste kunst in de roulatie, maar desondanks de moeite van het bekijken waard.

Voor de rondleiding werden we in drie groepen verdeeld en kregen amusante feiten te horen. Er werd veel gelachen.  Zo mochten we 2 Rietveld stoelen uitproberen; welke was echt en welke de nepper? Dat kun je maar op een manier ontdekken: er op gaan zitten! Natuurlijk kwam meester-vervalser Han van Meegeren (van het ‘hertje’, dat trouwens een ree blijkt te zijn) aan de orde  en Geert Jan Jansen die veel werk van Karel Appel vervalste. Dat deed hij zo perfect dat Karel Appel zelf niet kon zien dat het geen creatie van hem was.
Na de rondleiding waren we vrij om een kijkje te nemen in het Museum hedendaagse Grafiek en Glaskunst, dat in hetzelfde complex is ondergebracht.  In het museumwinkeltje werd mooie en betaalbare kunst aangeboden, zeefdrukken, glas, sieraden etc. Menigeen kon de verleiding niet weerstaan…
Voordat we de thuisreis aanvaardden was er koffie met wat lekkers en werd er gezellig nog wat nagepraat.  Om ± 18.30 kwamen we aan bij de eerste uitstapplaats in Beekbergen en een half uurtje later bij de laatste in Brummen.
Ondanks de minder goede weerberichten, hadden we toch ‘Marke-weer’, lekker temperatuurtje  met geregeld zon. In Vledder kwam er een bui over, maar omdat we net binnen zaten bleven we mooi buiten schot!
Ons Markelid Bert Visser heeft een prachtige fotoreportage van deze excursie gemaakt. Hij stelt dit beeldverslag beschikbaar om op onze website te plaatsen. Daarvoor zeggen wij hem heel hartelijk dank!
Als u klikt op onderstaande link (of deze kopieert in uw browser) dan kunt u de foto's bekijken:
veenhuizen en vledder

Marianne van Zadelhoff

   

Viering van het 7e lustrum van “De Marke” bij galerie “BIJ KREPEL” in Klarenbeek op zaterdag 16 juni 2012. 

Het lustrumprogramma bevatte o.a. het volgende:
 
• Dansgroep “Malbroek”, Eerbeek; met Nederlandse klederdrachten
• Muziekgroep “SUB-serenade” van “De Eendracht”, Eerbeek
• Foto expositie van onze vorige lustra
• Foto expositie Apeldoorns Kanaal
• Foto expositie geschiedenis firma Krepel
• Beamer presentatie met aansluitend een begeleide wandeling
• Een drankje in de galerie.

Kijk voor een foto-impressie bij "Fotoboeken"

Dagexcursie op 27 augustus 2011 naar Ravenstein, Batenburg en kasteel “Doorwerth”.

Om 8.00 uur vertrok de touringcar van Betuwe-Express uit Brummen en pikte vervolgens in Eerbeek, Loenen en Beekbergen leden van "De Marke" op voor de dagexcursie.

Bij aankomst in Ravenstein werd gestart met koffie en appelgebak in stadsherberg “De Keurvorst”. Dit etablissement staat middenin het Brabantse vestingstadje en is al sinds 1794 bekend. Daarna werd onder leiding van gidsen van Heemkundekring Land van Ravenstein een stadswandeling van ruim een uur gemaakt.
De geschiedenis van Ravenstein begint in 1360 en het plaatsje kreeg al in 1380 stadsrechten. Het ontstaan hield verband met de strategische ligging aan de Maas. Van 1397 tot 1794 was Ravenstein hoofdstad van het Land van Ravenstein, een Duitse enclave in de Staten van Holland. Dikwijls werden hier oorlogen uitgevochten tussen Brabant en Gelre. Bijzonder was de godsdienstvrijheid in dit gebied: een mogelijkheid voor katholieken uit het protestante Brabant om hun godsdienst te belijden. In de Franse tijd is Ravenstein verkocht aan de Bataafse Republiek (1794-1813), daarna werd het ingelijfd bij het Koninkrijk der Nederlanden. Tot 2003 was Ravenstein een zelfstandige gemeente, sindsdien hoort het bij de gemeente Oss.
Ravenstein telt een aantal monumentale gebouwen. De wandeling leidde onder meer langs:
- de Kasteelse Poort;
- de barokke kerk St. Lucia, die gebouwd werd in 1735 met de opbrengsten van de Ravensteinse Loterij;
- de rondelen met kanonnen aan de Maasdijk. Een rondeel is een zwaar muurwerk ter verdediging van de stad. De fundamenten van de twee rondelen uit 1522, die het stadje aan de kant van de Maas verdedigden, zijn nog niet zo lang geleden blootgelegd. De rondelen zijn opnieuw opgetrokken en voorzien van kanonnen;
- de Maaspoort, deze is van origine middeleeuws en is versterkt in 1521-1522. De poort is voorzien van een tongewelf. Vanuit de ramen boven de poort (aan de stadszijde) werd van 1729 tot 1783 het winnende lot van de Ravensteinse loterij bekendgemaakt. De opbrengst van de loterij was bestemd voor de bouw van de St. Luciakerk en later voor tal van andere zaken;
- het huis met de trapgevel aan de Nieuwstraat. Dit pand uit 1450 was vroeger een brouwerij, nog te herkennen aan het luik van de kelder. Op de gevel van het huis bevindt zich een opvallend kruis. Daarover gaat het verhaal dat dit met opzet is aangebracht bij het opknappen van het huis. Op die manier lieten de toenmalige bewoonsters blijken, dat hun religieuze overtuiging ook aan hun woonhuis te zien moest zijn;
- leerlooierijhuisje met stadstuin aan de Walstraat. Pal tegen de vroegere stadsgracht van Ravenstein staat een voormalige leerlooierij. Het gebouw dateert uit 1885 en heeft slechts negen jaar als leerlooierij dienst gedaan. Daarna werd het een tuinhuisje van diverse families uit Ravenstein. Deze functie behield het gebouwtje tot een jaar of tien geleden. In 2007-2008 is het huisje gerestaureerd. Er is een museum in gevestigd dat gewijd is aan de leerindustrie in Ravenstein. De omliggende tuin is ingericht als de vroegere stadstuin, hier zijn een aantal machines geplaatst die werden gebruikt in de leerindustrie;
- tot slot kon de Garnizoenskerk met interieur uit de 17e eeuw bekeken worden.

Hierna reed de bus over de Maasdijk via Neerlangel, Demen (met kerk ontworpen door de beroemde Kuijpers) en Dieden (met de Laurentiuskerk uit de 11e-12e eeuw, met de robuuste toren) naar Megen, waar met de pont de Maas werd overgestoken naar Appeltern. Via de Gelderse kant van de Maas reden we naar het pittoreske stadje Batenburg. Hier werd in uitbaterij “De Viersprong” de koffietafel gebruikt. Na de lunch kon met een gidsje “Wandelen in Batenburg” het stadje verkend worden. De koster van de St. Victorkerk vertelde e.e.a. over de geschiedenis van het gebouw, de Joodse onderduikers en over het interieur. De vele rouwborden ter nagedachtenis aan leden van de families Bronkhorst-Batenburg waren wel heel bijzonder. De kerk wordt nog gebruikt voor diensten van de hervormde gemeente van Batenburg. Slot Batenburg vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen en werd bewoond door de heren van Batenburg. Volgens beschrijvingen uit de 17e  eeuw was het het mooiste kasteel van Gelderland. Ten tijde van de Franse overheersing vervalt het kasteel tot een ruïne. Deze is nu eigendom van St. Geldersche Kasteelen, die er voor waakt dat de ruïne niet tot nog verder verval geraakt.               

De laatste stop was in Doorwerth waar een rondleiding door het schitterende Kasteel Doorwerth werd gegeven. Het kasteel is gelegen in de noordelijke uiterwaarden van de Rijn, tegen de beboste heuvels van de Veluwezoom. Kasteel Doorwerth is bekend vanwege zijn opmerkelijke bouw- en restauratiegeschiedenis. In de loop der eeuwen hebben diverse families het complex uitgebreid tot zijn huidige vorm. Het kasteel is na verwoesting in de Tweede Wereldoorlog (wederom) uit zijn as herrezen. In het kasteel bevindt zich tevens het Museum voor Natuur- en Wildbeheer met o.a. geschiedenis van de bosbouw in Nederland. Een aantal vertrekken in het kasteel is historisch ingericht: hier konden we de vroegere sfeer letterlijk ruiken, zien en horen.

Na het bezoek was er nog een consumptie met een warm hapje en vertrokken we richting Beekbergen.

Voor een korte foto-impressie klik op: Marke 27 aug 2011 , deze foto's zijn gemaakt door Clara Uenk.
Een uitgebreide reportage kunt u bekijken door te klikken op: https://picasaweb.google.com/110501158039360672189/Marke27Aug2011142FotoS?authkey=Gv1sRgCLH7mfyCvbuKNw ; deze foto's zijn gemaakt door Bert VIsser.

 

Middagexcursie naar De IJssellinie op bij Olst op 28 mei 2011

De middagexcursie van De Marke ging op zaterdag 28 mei naar Olst om restanten van “De IJssellinie” te bekijken. De excursie was een vervolg op de lezing van november 2010 door de heer De Bruijn, vrijwilliger bij Stichting “De IJssellinie”. Bezocht werden onder meer het noodhospitaal, de commandobunker en het inlaatwerk in de dijk bij landgoed De Haere.

In de jaren ná de tweede wereldoorlog was de angst voor een inval door de Russen groot. De zogenaamde “koude oorlog” zal velen bekend in de oren klinken. Om een mogelijke Russische inval te vertragen werd een oud recept uit de kast gehaald: een waterlinie. In het gebied tussen Nijmegen en Kampen werd in het diepste geheim de IJssellinie aangelegd, een 120 km lang en maximaal 10 kilometer breed obstakel in de vorm van een stromende inundatie.
De inundatie is nooit uitgevoerd, maar het op zijn plaats brengen van de caissons werd regelmatig geoefend met behulp van een lierenstelsel. In 1964 was het strategisch concept van de NAVO zodanig veranderd, dat daarin de IJssellinie niet meer paste. Stichting “De IJssellinie” te Olst beheert de resten van het vroegere militaire verdedigingswerk.  

Nog niet zo lang geleden zijn bij de Galgenberg in Arnhem (nabij knooppunt Waterberg) netten aangetroffen die waarschijnlijk zijn gebruikt voor de IJssellinie. De netten dienden tijdens de Koude Oorlog voor de bescherming van de stuwen van de IJssellinie. Pontonniers lieten de netten in het water zakken, om te voorkomen dat de stuwen zouden worden beschadigd bij een aanval met bijvoorbeeld drijvende mijnen.

Marianne van Zadelhoff, organisator van de excursie, kon 35 leden en introducés verwelkomen. Meer informatie over het onderwerp kunt u vinden op:
www.ijssellinie.nl
www.ontdekdeijssellinie.nl

Dagexcursie naar Cruquius en Haarlem op 28 augustus 2010

“De Meer is droog!”

Naar de Haarlemmermeer
De jaarlijkse excursie van De Marke brengt bijna 60 leden en hun partners op 28 augustus naar Haarlem en omgeving. Na Schiphol bereikt een “tot de nok toe gevulde” bus al snel de noordwestelijke hoek van de Haarlemmermeer en stopt op de ringdijk bij het stoomgemaal Cruquius. Ooit volop actief om dit gebied droog te maken, nu een pareltje van industrieel erfgoed en een tastbaar aandenken aan de gloriedagen van Nederlands watermanagement in het verleden.
De Haarlemmermeer is nu getemd, maar was in vroeger tijden een groot binnenmeer. Het stond via het IJ in verbinding met de Zuiderzee. Al lang bestonden plannen om het meer in te polderen, maar die stuitten op gevestigde belangen: het meer had economische betekenis vanwege de visserij en de scheepvaart en als waterberging. Door turfwinning, en vooral door stormschade, werd het meer echter steeds groter. Het vormde een bedreiging voor de steden Amsterdam en Leiden.
Na drie eeuwen van plannen maken en uitstel werd in 1839 besloten tot het droogleggen van het Haarlemmermeer. Directe aanleiding waren twee zware stormen (in 1834 en 1836) die voor Koning Willem I reden waren een staatscommissie in te stellen voor de droogmakingsplannen van het Haarlemmermeer. Er ontstond een stevige discussie of dit op de ‘oude manier’ zou moeten gebeuren (waarvoor 250 windmolens nodig zouden zijn), of dat de toen gloednieuwe stoomtechnologie (waar nog weinig ervaring mee was) werd ingezet. Koning Willem I drukte de moderne manier door. Het startsein werd gegeven voor het ontwerpen en bouwen van drie stoomgemalen. Ze werden genoemd naar drie beroemde waterstaatkundigen: Leeghwater, Lijnden en Cruquius. Met de bouw van de Cruquius werd begonnen in 1847. Het gebouw werd ontworpen door waterstaatsingenieur Jan Anne Beijerinck. De stoommachine van het gemaal en de pompen werden in Engeland gebouwd, de stoomketels en de balansarmen die de pompen bedienen door de firma Van Vlissingen & Dudok van Heel in Amsterdam. In 1849 start het droogleggen.

Hoog rendement
Na drie jaar pompen hebben de Cruquius en twee collega-gemalen de Haarlemmermeer droog. “De Meer is droog!” kopt de Staatscourant van juli 1852. Dan is er 800 miljoen m3 water weggepompt. In 1912 krijgt de Cruquius de functie van reservegemaal. In 1932 wordt het gemaal stilgelegd, met de bedoeling het af te breken. Gelukkig besefte men op tijd het cultuurhistorische waarde van het gebouw. Het krijgt de status van technisch museum, als een van de eerste in de wereld. Een enthousiaste en kundige gids (Cruquius drijft op vrijwilligers) leidt ons hier rond.
Van buitenaf maakt het gemaal een heroïsche indruk. Met zijn neogotische elementen, zoals kantelen, steunberen, spitsbogen en allerlei ornamenten lijkt het op een kasteel dat de strijd met het water aangaat.
Binnen zien we onder andere de stoomketels die de machine aandrijven. Energiezuinig was halverwege de 19e eeuw nog een onbekend begrip. Op volle sterkte werden tien stoomketels gestookt die de stoommachine moesten voeden. Het gemaal verbruikte 800 kilo steenkool per uur – in die tijd werd dat beschouwd als ‘hoog-rendement’, maar het bereikte rendement van 4% is vergeleken met nu wel heel weinig.
Hoogtepunt is de machinekamer, waar ’s werelds grootste stoommachine staat, met een diameter van ruim 3½ meter. De ruimte bevat talloze fraaie details in gietijzer en koper.
Via een centrale as bedient de kolos acht balansarmen van elk 10 ton tegelijk. De balansarmen hangen opgewekt uit de ramen en bewegen elk een pomp. De pompen liggen in een cirkel om het gebouw. Deze pompen zogen het water uit de Haarlemmermeer naar boven, in de ringvaart, vanwaar het afgevoerd werd.

De stad in
Na de koffiemaaltijd voert het programma ons naar de binnenstad van Haarlem, waar twee uur beschikbaar zijn. Uiteraard niet voldoende om het goed bewaarde stadscentrum helemaal te kunnen zien, maar voldoende om de sfeer goed te proeven. Er zijn volop mogelijkheden om rond te kijken en iedereen gaat zijns weegs. Musea zoals het Frans Hals museum, Teylers en de Hallen (waar een Godfried Bomans tentoonstelling is), de Grote of St. Bavokerk en een wandeling langs de bekendste monumenten zijn populair. Zelf volgen wij de ‘Vlaamse’ route. Haarlem was van oudsher een katholieke stad. De stad werd eind 16e eeuw aantrekkelijk voor Vlamingen en Fransen die hun bedrijvigheid in Haarlem vestigden. Begin 17e eeuw was meer dan de helft van de bewoners van Vlaamse origine! Zij bezorgden de Haarlemse linnennijverheid een nieuwe bloeiperiode. Op veel plaatsen herinneren gebouwen, gevelstenen, straatnamen en zelfs winkels nog steeds aan deze periode. Een van Haarlems beroemdste zonen, Frans Hals, was zoon van deze immigranten.

Het programma sluit af met een boottocht om de binnenstad. Veel van de grachten in de binnenstad zijn gedempt, en daarom wordt het letterlijk een ‘rond’-vaart. Ook hier een schipper/gids die enthousiast en deskundig is, en snapt dat deze bijzondere groep bezoekers niet kan worden afgescheept met moderniteiten, maar in drie kwartier zoveel mogelijk willen horen over het oudere Haarlem. We horen over de vele bloeiende bierbrouwerijen, de toren van de St. Bavokerk met de Damiaantjes-klokken, de trapgevels langs de Nieuwe Gracht waar de beter gesitueerde “rijke stinkerds” woonden en belasting betaalden naar gelang het aantal traptreden. Verder zien we een glimp van het onderaardse tunnelstelsel dat het regenwater onder de stad afvoert. We zien ook (of liever gezegd: niet) dat niet alles gespaard is gebleven. De oude Drostefabriek is gesneuveld in het geweld van de vooruitgang; een modern pand van ING staat ontsierend aan de rand van de binnenstad. Terug aan wal een laatste glas aan het Spaarne en we kunnen weer oostwaarts.

Veel indrukken en informatie, een goede sfeer, een mooi programma en als extraatje onverwacht mooi weer met Hollandsche wolkenluchten: we sluiten een zeer geslaagde dag af.

Meer foto’s? zie http://www.pixum.nl/viewalbum/id/5094791 

Gerry van der Meulen
Theo Groen

Middagexcursie naar de Panoven in Zevenaar op 12 juni 2010.

De middagexcursie van “De Marke” ging naar de voormalige stenenbakkerij “De Panoven” in Zevenaar. De groep van 50 leden en introducés werd rondgeleid door de heer Jan Willemsen. Hij vertelde enthousiast over het oude handvak, wat na verloop van tijd steeds verder gemechaniseerd werd. Hij demonstreerde op diverse plaatsen hoe het ambacht er in vroeger tijden uitzag. Na de rondleiding werd met de huifkar een rondrit door de omgeving gemaakt.

Historie.
Toen Zevenaar in 1487 stadsrechten kreeg, was er al een stadssteenoven. Nijmegen kocht al in 1538 dakpannen in Zevenaar. In de 17e en 18e eeuw begon men ook in de rest van de Liemers (de streek om Zevenaar heen) bakstenen en dakpannen te bakken. Vanaf de 19e eeuw kwamen er meer steenfabrieken rond Zevenaar, waaronder de Panoven in 1860. Deze heeft in de beginfase veel wisselende eigenaren gekend, maar is vanaf 1930 in het bezit van één en dezelfde familie.
In 1982 werd het vuur gedoofd op de Panoven als gevolg van de derde malaise in de bouw.
De toenmalige eigenaar W.H. Kruitwagen heeft het belang van het behoud van de Panoven altijd voorop gesteld en gezocht naar een goede herbestemming om aan dit behoud te voldoen. Na een lange procesgang heeft de Panoven de herbestemming van museum, verblijfsrecreatie, horeca, dagrecreatie en congres/informatieruimte gekregen. De ronde zigzagoven, gebouwd door architect Wentink in 1924, is nu nog de laatste van zijn soort in West-Europa!
In de rustieke oude droogloodsen zijn tal van faciliteiten terug te vinden, o.m. een baksteenmuseum en een restaurant. Alles is gericht op de natuur- en cultuurhistorie van de Liemers en de Gelderse Poort.

Museum.
De Panoven heeft de eer het eerste Nederlandse baksteen/dakpanmuseum te zijn.
Van 1860 tot 1983 werden in de Panoven op ambachtelijke wijze stenen gebakken. Sinds 1985 zijn de ronde zigzagoven en de daarachter liggende droogloods op de Rijksmonumentenlijst geplaatst; de andere loodsen zijn om exploitatie redenen daar bewust uitgehouden. Het authentieke steenbakkersbedrijf is nog in tact gebleven. Zo kunt u de oude Aberson vormbakpers uit 1905 nog aan het werk zien. Met de kleine pers worden (op aanvraag) stenen gemaakt. De kerncollectie van het museum is gericht op de baksteen/dakpanhistorie van de Panoven vanaf 1860 tot en met vandaag. Daarbij worden er uitstapjes gemaakt door de eeuwen heen beginnend vanaf de Romeinse tijd naar vandaag en ook de toekomst in. Dit geeft een beeld van de materialen in kwaliteit, grootte en kleur, machines, gebruiksvoorwerpen, sociale verbanden van de fabriek met de omgeving, metselverbanden en in de nabije toekomst ook architectuur.
De kleiwinning heeft gezorgd voor een bepaalde biotoop bij de kleiplassen om de Panoven heen, maar ook aan de andere kant van de dijk, waar het natuurgebied de Gelderse Poort begint.

Dagexcursie naar Anholt en Xanten op 29 augustus 2009.

Dit jaar gingen we naar onze oosterburen en wel naar het prachtige kasteel Wasserburg Anholt en vervolgens naar het Archeologische Park met het nieuwe RömerMuseum te Xanten.
We vertrokken uit Beekbergen en reden via de opstapplaatsen Loenen, Eerbeek en Brummen naar Isselburg-Anholt. Maar liefst 69 leden met introducees hadden zich ingeschreven voor deze excursie.
In Anholt genoten we in het ‘Wasser Paviljoen’ van een zogenaamd Kaffeegedeck, dat bestond uit een kannetje koffie, thee of chocolademelk (naar keuze) met heerlijk gebak.
In het museum van het kasteel kregen we een deskundige rondleiding. In het museum is een rijkdom aan klassieke en barokke kunstwerken te bewonderen. Het meest bekend is het werk van Rembrandt, een mythologische voorstelling, die hij op 28-jarige leeftijd schilderde. Ook het werk "Venus en Amor als honingdief" van Lucas Cranach de oudere mag als topstuk worden beschouwd. De privébibliotheek van de vorsten van Salm-Salm werd rond 1450 opgericht en bevat 8000 banden. Eén van de verdiensten van de adel is het verzamelen van kostbare boeken geweest, vooral nadat de kloosters na de reformatie (1517) en secularisatie (1803) steeds minder middelen hadden. In de diverse zalen trokken de gestucte plafonds, de lederen wandbekleding, de kostbare meubels en de serviezen de aandacht.
Daarna vertrokken we voor de lunch naar het ‘Gotisches Haus’, één van de oudste en volledig bewaard gebleven gebouwen in Xanten aan de Niederrhein. Tijdens de vrije wandeling in Xanten bezochten velen van ons de Dom van Xanten met zijn vele kunstschatten.
Vervolgens gingen we naar het vlakbij gelegen Archeologische Park (APX) en het RömerMuseum met de Grote Thermen (GTX) die in 125 na Christus door keizer Hadrian werden gebouwd.
Tot slot reisden we af naar ’s Heerenberg voor een kopje koffie of thee met een lekker ‘Montferlands rondje’ op een prachtige locatie bij Grand café Heerendubbel bij Huis Bergh. Na dit samenzijn vertrokken we weer naar onze thuisbasis.
En zoals gewoonlijk bij onze dagexcursie: het weer was weer prima!


Middagexcursie Hengelo (Gld) op 13 juni 2009.

Onder een stralend zonnetje trokken de leden van "De Marke" naar Hengelo Gld. voor hun middagexcursie.
Er hadden zich 39 personen opgegeven, en uit praktische overwegingen werd het gezelschap in tweeën gesplitst. Terwijl de ene groep eerst de Remigiuskerk bezocht ging de andere groep eerst naar het Achterhoeks Museum 1940-1945.
De Remigiuskerk is een gotische pseudo-basiliek met een zeer lange geschiedenis. De kerk dateert waarschijnlijk uit het midden van de 10e eeuw en binnen zijn zeer oude fresco’s te bewonderen. In de toren, die wel een der mooiste van Nederland wordt genoemd, bevinden zich klokken uit 1406 en 1602. De rondleidster, mevr. Visser hield een interessant verhaal over het luiden van de klokken, op welke manier dat gebeurde en bij welke gelegenheden. En ook over het “meistersbankske”, een bankje aan de kerk waar in vroeger tijden de onderwijzer als een der weinigen die kon lezen en schrijven, het dorpsnieuws verkondigde. In de toren bevindt zich een dubbele toegangsdeur, één voor de armen en één voor de welgestelden. Voor deze gelegenheid mochten de leden van “De Marke” de kerk betreden door de deur voor de welgestelden.
Het Achterhoeks Museum 1940-1945 ligt tegenover de kerk. Een groot Flak-kanon voor de deur geeft al meteen een indruk van hetgeen er binnen verwacht kan worden. Jean Kreunen, de oprichter van het museum verzorgt de rondleiding. De bezoeker maakt als het ware een reis door de oorlogsjaren, beginnend bij de mobilisatie. Allerlei gebruiksvoorwerpen, opstellingen met authentieke kledingstukken, wapens, documenten en foto’s geven een goede indruk van het leven in die tijd en wat de mensen toen door moesten maken. Kreunen beschikt over veel parate kennis en kan boeiend over de oorlogstijd vertellen. Zijn achtergrondinformatie over de tentoongestelde spullen, bij wie ze hadden gehoord en hoe het met deze mensen verder ging bracht de geschiedenis weer tot leven. Napratend bij een kop koffie op een terrasje kwamen de leden van “De Marke” tot de conclusie dat deze middagexcursie weer zeer geslaagd was.

Op de fotopagina is een aantal foto's van de excursie geplaatst.