Lezingen

Op 24 januari 2012 was prof. dr. L.P. Louwe Kooymans de spreker. Het onderwerp was ”De Veluwe in de prehistorie”.

Grafheuvels, vuurstenen werktuigen, stenen bijlen, bronzen sieraden, urnen, maar ook plattegronden van huizen, zoals die zich nog in de bodem aftekenen, zij vertellen ons het verhaal over de vroegste, prehistorische bewoners van de Veluwe.
Dat verbinden we met de ontwikkeling van het landschap, vanaf de vorming van de stuwwallen in de voorlaatste ijstijd tot aan de ontginningen in brons- en ijzertijd.
We geven extra aandacht aan onze eigen streek, de hoge heuvels tussen Arnhem en Loenen.
Hoe komt het dat die niet zo rijk is als andere delen van de Veluwe?


***************

Op woensdag 30 november kwam de heer G. Hazewinkel uit Eibergen naar Concordia in Brummen.
Hij vertelde over de midwinterhoorn, de gebruiken, het vervaardigen van de hoorns en de connecties met andere instrumenten. Spreker bracht verschillende hoorns mee.
Twente kent al een lange traditie rond de midwinterhoorn. In Gelderland was De Achterhoek de eerste streek waar ook werd geblazen en inmiddels zijn er in Gelderland tientallen groepen, met honderden midwinterhoornblazers.
Naast alle gebruiken, kregen we ook het verhaal te horen rond het misbruik van de midwinterhoorn.

De heer Hazewinkel bracht een twintigtal oude voorwerpen mee, variërend van jat tot houten schooltas. De bezoekers konden d.m.v. mutiple-choice vragen hun kennis van deze voorwerpen testen. 

****************

Op woensdag 5 oktober hielden Berthus en Ini Maassen in het Jeugdhuis in Loenen voor een aandachtig publiek een lezing over de ontstaansgeschiedenis van Kroondomein Het Loo, in de periode 1900-1960.
Prins Hendrik speelde daarin een belangrijke rol, maar er werd vooral aandacht besteed aan ontginning, bebossing, jacht en de situatie in de tweede wereldoorlog. Daarbij volgden ze zoveel mogelijk hun boek "Groen door Oranje": Historische zwerftocht door de Koninklijke Houtvesterij Het Loo. Het echtpaar Maassen kondigde aan dat binnenkort een tweede druk van het boek zal verschijnen.

“Groen door Oranje” is vooral bedoeld als een eerbetoon aan die generaties arbeiders en hun kinderen, die na de Markewet van 1886 van de paarse Veluwe (heide) een groene Veluwe (bos) hebben gemaakt. De dia-presentatie belicht daarnaast een aantal uiteenlopende aspecten van de jacht- en bosgeschiedenis van het 10.000 ha grote Kroondomein Het Loo, bij Apeldoorn.
De nadruk ligt op de periode 1900-1960, waarbij de aandacht vooral uit gaat naar het dagelijks bestaan van de werknemers in alle rangen en standen. Ook komen zaken als de eigen wijkverpleging van Het Loo, de hiërarchische verhoudingen binnen het landgoed en de situatie onder de Duitse bezetter aan de orde. Veel aandacht is er voor de jacht, de hakhoutcultuur en de befaamde bosbessenpluk.
Bij het ontstaan en de ontwikkeling van het landgoed hebben de Oranjes en dan vooral Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik een prominente, zoniet alles beslissende rol, gespeeld. De anekdotes, o.a. over de tekkel van Prins Hendrik en de eerste zelf verdiende centen van Prinses Juliana, worden u niet onthouden.
Naast historische en soms unieke foto’s uit eigen collectie, beschikken de heer en mevrouw Maassen over informatie uit diverse bronnen, waaronder het Koninklijk Huisarchief in Den Haag. Werknemers en oud-werknemers zijn jarenlang bestookt met vragen over hun ervaringen met en in het koninklijke landgoed. Deze “oral history”, aan keukentafels opgetekend, is in deze dia- lezing verweven. 

**************

Na de ALV op 12 april 2011 kwam de heer Van Toor met:

"Ontstaan en ontwikkeling van de eeuwenoude ijzerindustrie in het gebied van de Oude IJssel".

Vanaf eind 17e eeuw zijn er in deze streek, als eerste in Nederland, hoogovens annex ijzergieterijen gevestigd, die als grondstof het in de streek gedolven ijzeroer verwerkten. In feite geldt het gebied als de bakermat van de Nederlandse gietijzerindustrie.
De lezing besteedde aandacht aan de in totaal 10 ijzergieterijen die de streek kende, van Bocholt tot in Doesburg, hun opkomst, gloriejaren en hun ondergang soms, tot wat er nu resteert.
Een accent lag op de geschiedenis van DRU te Ulft, meer dan 250 jaar oud, die zich ontwikkelde tot de grootste met een productaanbod m.n. in poterie en verwarming dat erg bekend werd. De bedrijvigheid is verplaatst, maar het industrieel erfgoed is behouden en heeft een nieuwe bijzondere bestemming gekregen. De lezing werd begeleid met beelden. Na de pauze werd een documentaire promotiefilm van de DRU uit 1948 vertoond, getiteld "Symphonie van Vuur en IJzer".

Spreker Peter van Toor is voorzitter van de stichting Nederlands IJzermuseum te Ulft.
In fabriekshallen op het DRU-terrein wordt het Nederlands IJzermeuseum gevestigd. Al sinds eind negentiger jaren is er een uitgebreide tentoonstelling over de geschiedenis van de regionale ijzerindustrie te zien onder de noemer "IJzer in de regio".
Eind 2011 zal de restauratie starten van de gebouwen waarin het definitieve museum met techniekcentrum, bedrijvencentrum e.d. ingericht zal worden.
In een ander gebouwencomplex op het terrein is al de DRU Cultuurfabriek gevestigd.

**********

Op 9 maart 2011 kwam de heer Maarten Wispelwey, regioarcheoloog van de Noord Veluwe naar Brummen. Hij gaf een presentatie onder de titel “Veluwse Avonturen”. In zijn verhaal werd uitgebreid ingegaan op de vorming van de Veluwe en werd aangetoond dat de Veluwe uniek is voor Nederland. Daarnaast besteedde hij aandacht aan het interessante verhaal rond de grafheuvels, de beken en sprengen, het Apeldoorns kanaal en de IJssel. Voor een ieder was er wat herkenbaars en er was ook heel veel nieuws. De heer Wispelwey nam ons allen mee door de tijd en boeide van begin tot eind. De titel: “Veluwse Avonturen” verraadde al dat het een onvergetelijke avond zou worden.

**********

Op 25 januari 2011 kwam de heer Jan Berends uit Doetinchem naar De Korenmolen in Eerbeek.
Hij had een aandachtig publiek voor zijn lezing:

"Gelderse kastelen van Geldersche Kasteelen - De Veluwe"

Eerst werden in een algemene inleiding het rijke bezit aan kastelen in Gelderland van de Stichtingen Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen onder de loep genomen. Daarna kwam de Veluwe in het centrum van de belangstelling te staan, waarbij speciale aandacht werd gegeven aan de Cannenburch in Vaassen, het witte kasteel Staverden met het prachtige landgoed en Rosendael met het bijzondere park.
Van enkele kastelen worden ook de interieurs en bewoners besproken.
De lezing werd geïllustreerd met ruim 100 dia’s.

***********

Op donderdag 25 november 2010 was de spreker de heer Hans de Bruijn, gids en bestuurslid van de Stichting IJssellinie in Olst. Dat het een onderwerp is wat aanspreekt bleek wel uit de afgeladen zaal: we mochten 115 leden en gasten verwelkomen.

Het onderwerp van de lezing was “De IJssellinie”.

Tijdens de lezing kwamen de volgende onderwerpen aan de orde:
- De Koude Oorlog
- Het ontstaan van de IJssellinie in die jaren
- De IJssellinie in Olst
- De IJssellinie in zijn geheel van de Duitse grens tot Kampen
- De IJssellinie in de omgeving van Zutphen en Brummen
- De technische aspecten van de IJssellinie, hoe ging een en ander in zijn werk
- De Bescherming Bevolking.

Meer informatie over het onderwerp kunt u vinden op www.ijssellinie.nl.

**********

Op 12 oktober 2010 was spreker Dr. Everhard Jans uit Lochem uitgenodig met het onderwerp:

"Leven en werk van meester H.W. Heuvel”.

Volkskundig meester Hendrik Willem Heuvel uit Laren (Gelderse Achterhoek) werd geboren op boerderij de Blauwhand te Oolde onder Laren, en leefde van 1864 tot 1926. Hij was verbonden aan het basisonderwijs in Gelselaar en later in Borculo. Heuvel werkte samen met fotograaf Hoe-tink uit Warnsveld, en wist prachtig te verhalen over zeden en gebruiken van het oude boerenleven in de noordelijke graafschap Zutphen. Al in 1909 gaf hij een prachtig boek uit: “Volksgeloof en volksleven”. Zijn meesterwerk is het boek “Oud-Achterhoeksch Boerenleven”, dat in 1927 postuum werd gepubliceerd door zijn goede vriend Hendrik Odink uit Eibergen. De laatste jaren wordt er veel aandacht besteed aan religie en filosofie bij Heuvel, die diep nadacht over de zin van het leven. Het standaardwerk “Oud-Achterhoeks Boerenleven” is nog steeds in de boekhandel verkrijgbaar. Later verscheen ook “Nagelaten werk”.

***********

Na de Algemene Ledenvergadering op 21 april 2010 verzorgde ons lid Huub Ummels samen met Rick Scholten een presentatie over het Apeldoorns Kanaal.

"In 1846 presenteerde de districtscommissaris van Over-Veluwe baron Sloet tot Olthuis, oud burgemeester van Apeldoorn, zijn plan om het kanaal dat toen nog doodliep in de havenkom van Apeldoorn, door te trekken naar Dieren. Al eerder waren initiatieven van de Fam. Krepel om een kanaal tussen Apeldoorn en Brummen, over Klarenbeek, aan te leggen, stuk gelopen. Over die geschiedenis en de aanleg van het Apeldoorns kanaal en dan met name het doortrekken naar Dieren en de daarmee gepaard gaande moeilijkheden gaat het verhaal. Ook zal worden ingegaan op de kansen en mogelijkheden voor de herontwikkeling van deze fraaie waterweg, maar ook wat dat voor de omgeving zou kunnen betekenen".

************

Op woensdag 17 maart 2010 vertelde de heer A. Goutbeek uit Dalfsen ons alles over:


“Hooibergen in Oost-Nederland”

Een hooiberg is een eenvoudig bouwsel, eigenlijk een stuk verpakking voor de oogst, het kapitaal van de boer. Maar het is wel een instrument wat zeer vernuftig is gemaakt van simpel materiaal wat de boer zelf heeft. Door een stuk logisch denkwerk en werkervaring van de middeleeuwse boer is een werktuig ontstaan wat ongeveer 1200 jaar heeft gefunctioneerd.
Door de teelt van maïs en de bouw van de veestallen zijn de hooibergen de laatste 15 jaar als sneeuw voor de zon verdwenen.
De hooibergen die het landschapsbeeld eeuwen hebben bepaald, elk jaargetijde hebben aangegeven, in het najaar bol en hoog gevuld, maar in het voorjaar leeg met het dak bijna op de grond. In de zomer zien we langzaam het dak weer tegen de roeden opkruipen.
Een landschapsbeeld wat de eeuwen door ook kunstenaars heeft getroffen, die het op het doek hebben vast-gelegd.

Meer over dit thema op www.hooiberg.info 

**********

Op 27 januari 2010 was de heer P. Nijhof uit Houten te gast als spreker bij "De Marke".

Peter Nijhof (1950) is sociaal geograaf/planoloog en sinds 1986 werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort als specialist industrieel en militair erfgoed. Hij adviseert intern en extern over waardenstelling en herbestemming van industriële monumenten. Sinds 1975 actief op het gebied van industrieel erfgoed in binnen- en buitenland met publicaties, lezingen en bestuurlijke activiteiten in/voor vele landelijke particuliere industrieel-erfgoedorganisaties, zoals voor gemalen, fabrieksschoorstenen, muurreclames en industrieterreinen.

 “Steenfabrieken in het Gelderse rivierengebied”.

Basis van de lezing vormde het rapport ~Ruimte voor cultuur. Inventarisatie en cultuurhistorische waardenstelling van (voormalige) steenfabrieken in Gelderland’, dat Nijhof in 2002 voor de Provincie Gel-derland heeft samengesteld. Sindsdien houdt hij nauwkeurig de ontwikkelingen in de Gelderse baksteenindustrie bij.
Voor de pauze werd een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de baksteenfabricage met het accent op de ontwikkeling van de Gelderse steenfabrieken in de 20ste eeuw. Na de pauze werd ingezoomd op de overgebleven steenfabrieken, ruïnes en schoorstenen en wat er de afgelopen jaren mee gebeurd is, variërend van sluiting, sloop, herbestemming tot ruïnes in nieuwe natuur.

*************

Op 19 november 2009 was op uitnodiging van "De Marke" de heer J. Huttinga uit Emst in het Hervormd Jeugdhuis in Loenen.
De titel van de lezing was:

“De vier seizoenen in de Kroondomeinen”.

In deze serie was veel te zien van wat er leeft in het Kroondomein het Loo. Kleine insecten, mossen, planten, reptielen, bomen en de grote dieren. De vier seizoenen, zomer, herfst en na de pauze de winter en de lente. Passende muziek en dierengeluiden maakten de serie compleet.
Mooie beelden met kleur en sfeer vloeiden in elkaar over door middel van 2 projectoren, hierbij vertelde Huttinga over zijn belevenissen in het kroondomein.

*********

Op 15 oktober 2009 ging het winterseizoen voor "De Marke" van start met een lezing/powerpointpresentatie door de heer F. Tesser uit Duiven.

“Hof te Dieren door de eeuwen heen”.

“Hof te Dieren” is bekend vanwege zijn mooie parkaanleg met eeuwenoude bomen, glooiende gazons en liefelijke waterpartijen. Maar dit landgoed heeft ook een bijzondere geschiedenis, die teruggaat tot ver in de middeleeuwen. Aan de hand van lichtbeelden vertelde de heer Frits Tesser van de Oudheidkundige Kring Rheden-Rozendaal ons daar het één en ander over. Wij maakten kennis met het klooster Sint Simon en Judas in Goslar, dat de hof van keizer Hendrik III ontving, met de graven van Berg, de ridders van de Duitse Orde, de Oranjes en de familie van Heekeren van Wassenaar die het goed als laatste in bezit had. Het park met bijbehorende landerijen wordt nu beheerd door de Stichting Twickel in Delden.

**************


Een kist vol bijzondere oorlogsverhalen.

Een lezing door Jean Kreunen die als 12 jarige jongen en geboren ver na de oorlog geïnteresseerd raakte in de geschiedenis van de tweede wereldoorlog.
Het verzamelen van originele objecten uit de periode 1933 -1945 heeft hem sindsdien in de greep gehouden en dat resulteerde in 2006 in een officieel geregistreerd museum.
Jean vertelde tijdens de lezing hoe zijn eerste kennismaking met oorlogsspullen heeft plaatsgevonden. Daarna nam hij met behulp van allerlei voorwerpen en documenten iedereen mee naar de oorlogsjaren.
Indrukwekkende achtergrondverhalen en leuke anekdotes over de gekste dingen uit zijn grote verzameling. Hoeveel vasthoudendheid er soms nodig was om bepaalde goederen voor de collectie te bemachtigen, maar ook de toevalstreffers en bijna wonderen hoe hij de spullen opspoorde.
Diverse onderwerpen passeerden de revue zoals: mobilisatie 1940, Jodenvervolging, kampspullen, verzet, luchtoorlog en bevrijding.
De bevlogenheid met zijn levenswerk straalde er vanaf en droeg op een prettige wijze informatie over de oorlogsjaren over aan de toehoorders.

*********

Op 11 maart 2009 hield de heer Jos Lankveld een powerpointpresentatie met de titel:

Zuivelfabrieken in de regio Brummen; “Ze kwamen en gingen”.

Eind van de 19e eeuw was een zeer dynamische periode voor de agrarische sector. Grote veranderingen brachten problemen en kansen. De landbouwcrisis, de slechte kwaliteit van boter en knoeierijen leidde tot groot verlies in marktaandeel voor boter op de Britse markt. Door de opkomst van de margarineproductie werd deze situatie verergerd. Kansen kwamen er echter in dezelfde periode door de opkomst van het gebruik van kunstmest en de introductie van de continu werkende roomcentrifuge. Ook de kennis van groei en afdoding van micro-organismen verkregen uit de onderzoeken van Louis Pasteur en Robert Koch naar hondsdolheid, miltvuur en tuberculose was van groot belang voor de veehouderij en de hygiënische winning en verwerking van melk.
De oprichting van een vakzuivelschool door de Geldersch-Overijsselse Maatschappij van Landbouw (GOMvL) in 1889 en de aanstelling van een wandelleraar moest de kennis van melk en melkverwerking op de boerderij op een hoger plan brengen. Zijn lezingen en zuivelcursussen waren voor vele afdelingen van GOMvL het sein het voorbeeld van Friesland te volgen en plannen te maken voor het oprichten van zuivelfabrieken. Vele plannen werden niet gerealiseerd; toch kregen op den duur de meeste dorpen hun eigen zuivelfabriek. Samenwerking in coöperaties was daarbij een belangrijke sleutel.

Reeds op 3 december 1889 kwam de wandelleraar J.J. van Weydom Claterbos van de vakzuivelschool op verzoek van de afdeling Brummen van GOMvL een lezing verzorgen in Brummen gevolgd door een cursus gedurende de maand juni 1890 op Huize Eerbeek voor 25 boerinnen uit Eerbeek, Hall en Spankeren. Deze lezingen en cursussen waren veelal het sein voor de vorming van “een commissie tot oprichting van een zuivelfabriekje”. De opwinding was groot, de bedoelingen goed maar het resultaat veelal teleurstellend. Ook Brummen kende zo’n plan maar er kwam toen geen fabriek.

Ingegaan werd op het tot stand komen van melkinrichtingen te Arnhem (1879), Zutphen (1883). Ook de overgang van de zuivelbereiding van boerderij naar fabriekjes werd behandeld. Wie waren daarbij betrokken, wie waren de directeuren, wat werd voor de melk betaald, hoeveel werd er verwerkt, wanneer was het een succes en wanneer ging het mis. Na de tweede wereldoorlog ontstond er, uit kosten overwegingen, een onvermijdelijke samenwerking gevolgd door een sterke sanering. De fabrieken verdwenen.

De presentatie bevatte veel beeldmateriaal en werd verlevendigd met verschillende anekdotes.

 ********

De eerste lezing van 2009 werd gehouden op 21 januari in Eerbeek.Spreker Dr. Ir. J.A. Hendrikx mocht zo'n 90 leden en belangstellenden vertellen over de geschiedenis van Europese tuinen en parken.
De geschiedenis van de tuinkunst in Europa hangt ten nauwste samen met de culturele ontwikkeling van de Europese elite. Heel lang waren de privé-tuinen en parken voor het overgrote deel van de bevolking onbereikbare luxe, net zo onbereikbaar als de paleizen en kastelen zelf. De stedeling had er in de middeleeuwse stad doorgaans weinig ruimte voor en de boer op het platteland teelde in zijn tuin hoofdzakelijk groenten en fruit.
Toch valt er over de tuingeschiedenis veel te vertellen: hoe de tuinarchitectuur vanaf de Romeinse tijd heeft doorgewerkt in de religieuze en profane tuinkunst van de Middeleeuwen en hoe de Renaissance kwam met fundamenteel nieuwe ontwikkelingen.
Bij een tuin hoort een huis. Met de lezing over tuinen en parken is ook aandacht besteed aan Europese architectuur, met name de architectuur van kerken, kloosters, paleizen en voorname huizen.
Deze avond werd de geschiedenis van de Europese tuinkunst tot en met de Renaissance (ca. 1600) behandeld